Regeling voor Vervroegde Uittreding: 26% ontslag boete
Het Ministerie van Financiën heeft bepaald dat ontslagregelingen met het karakter van een vervroegde uittreding een fiscale boete krijgen van 26 procent. Vanaf 2011 wordt deze boete 52%. Men spreekt dan van een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Reden van ontslag is niet het disfunctioneren van de werknemer of het verdwijnen van arbeidsplaatsen. Reden van het ontslag is de werknemer de kans te geven eerder te stoppen met werken. De fiscale strafheffing van 26% moet door de werkgever worden voldaan. Dit artikel staat bekend als artikel 32 ba van de Wet op de Loonbelasting.
Waarom heeft de Overheid de RVU boete geïntroduceerd?
De overheid wilt dat werknemers tot hun 65e blijven werken. Daarom zijn sinds 1 januari 2006 VUT- en prepensioenregelingen voor werknemers niet meer mogelijk. De Regering vreesde misbruik van bedrijven die toch afscheid nemen van 50-plussers via de zogenaamde ontslagroute: werknemers ontslaan met een ontslagvergoeding, die over een paar jaar wordt “uitgesmeerd” zodat men het “uitzingt” tot de pensioendatum. Dan zou dus toch sprake zijn van vervroegde uittreding. Deze misbruik wordt bestraft met een RVU boete van 26%.
Moet de werkgever de RVU boete van 26% betalen?
De boete van 26% vindt altijd plaats bij de inhoudingsplichtige (= werkgever) en niet bij de werknemer die de ontslagvergoeding ontvangt. De werkgever heeft geen verhaalsrecht op de werknemer. Het maakt daarbij niet uit hoe de werknemer de ontslagvergoeding aanwendt (direct afrekenen met de fiscus, verzekeringsoplossing of oprichten stamrecht BV).
Moet de werknemer een deel van de RVU boete van 26% betalen?
In principe ligt de boete altijd bij de werkgever. De werkgever is immers inhoudingsplichtig. Als de conclusie is dat een regeling een RVU is, is er een uitzondering: als de werknemer de ontslagvergoeding stort bij een verzekeraar en de verzekeraar maakt rendement op de ontslagvergoeding. Bijvoorbeeld: de vergoeding bij ontslag bedroeg € 100.000,- en is inmiddels gerendeerd tot € 120.000, -. Over de € 20.000,- is de verzekeraar inhoudingsplichtig. Verzekeraar moet 26%-boete betalen over € 20.000,-. Over de initiele € 100.000, - moet de werkgever 26%-boete betalen.
Hoe is de RVU boete van 26% te vermijden?
De boete is te voorkomen als de regeling geen regeling voor vervroegde uittreding (RVU) is. De bewijslast voor een RVU ligt bij de belastinginspecteur. De belastinginspecteur moet aantonen dat geen sprake is van regulier ontslag, maar ontslag gerelateerd is aan oudere werknemers (bijvoorbeeld alleen ontslag van 55-plussers). Als de Belastingdienst van mening is dat de werkgever alleen 55-plussers ontslaat, zal de inspecteur een RVU boete van 26% opleggen aan de werkgever.
Hoe voorkomt werkgever de RVU boete bij een individueel ontslag?
Bij een individueel ontslag is geen sprake van de RVU boete in de volgende situaties:
ontslag wegens disfunctioneren, onenigheid over te voeren beleid of onverenigbaarheid van karakters. Dit zijn niet-leeftijdgerelateerde ontslagredenen waarbij de 26%-boete dus niet wordt opgelegd. Bovenstaande redenen zijn letterlijk door het Ministerie van Financien genoemd. De hoogte van de ontslagvergoeding wordt in deze situaties vaak bepaald door de kantonrechtersformule.
Ook hier geldt weer: als blijkt dat de werkgever toch vooral werknemers boven een bepaalde leeftijd (bijvoorbeeld vanaf 55 jaar) ontslaat, dan stelt de Belastingdienst dat sprake is van een regeling voor vervroegde uittreding en is 26%-boete wel verschuldigd. Het is belangrijk de situatie voorafgaande aan het ontslag voor te leggen aan de inspecteur van belastingen om zekerheid te krijgen.
Hoe voorkomt de werkgever de RVU boete bij collectief ontslag?
In zijn algemeenheid geldt bij echte ontslagen de RVU boete van 26% niet. Het Ministerie van Financiën stelt dat bij ontslagvergoedingen die niet het karakter hebben van een vervroegde uittreding de RVU boete nooit zal worden opgelegd.
Dit geldt bij reorganisaties met als doel vermindering van het personeelsbestand die op basis van objectieve criteria (zoals afspiegeling) worden uitgevoerd. Afspiegeling betekent dat over alle leeftijdscategorieën ontslagen vallen. Daarbij worden niet alleen ouderen (bijvoorbeeld 50-plussers) ontslagen. Als blijkt dat alleen werknemers vanaf een bepaalde leeftijd (bijvoorbeeld vanaf 50 jaar) uittreden, dan is de RVU boete wel van toepassing.
Loopt de werkgever jaren na het ontslag nog risico op een boete van 26%?
Ja, helaas wel. Het risico ontstaat als volgt. Stel u voor dat een werkgever een werknemer van 55 jaar ontslaat. Deze werknemer solliciteert, maar het lukt niet om een nieuwe baan te vinden. De werknemer heeft geld nodig en gebruikt de ontslagvergoeding om van te leven. Feitelijk overbrugt de werknemer de periode tot zijn pensioen vanuit de ontslagregeling. De feitelijke situatie is dat de regeling als een RVU kan worden gezien. De Belastingdienst kan een RVU boete van 26% opleggen. Hoe de reactie van de belastingdienst in de praktijk gaat uitpakken is nog onbekend omdat de wetgeving nog te recent is.
Wilt u meer informatie over Regeling voor Vervroegde Uittreiding(RVU)? Vraag dan het gratis Gouden Handdruk boek 2010 aan!
Auteur Marius Winter omschrijft alle facetten rondom ontslag, gouden handdruk en stamrecht.
Vraag direct aan »
Maak een afspraak
Maak een afspraak voor een persoonlijk, gratis en objectief advies
Lees meer »
Bezoek een lezing
Vrijdag 23 juli
2010
"Wat te doen met uw gouden handdruk"
Aanmelden »
Stamrecht BV test
Doe de test en kijk of dit voor u de beste oplossing is.
Vragen?
Bel 035-603 45 26 of vul ons contactformulier in.