Adviseur nodig? Eerste advies GRATIS! 035 603 45 06 info@goudenhanddrukspecialist.nl RADIO VIDEO NIEUWSBRIEF NIEUWS

Vergoeding bij ontslag blijft belast

Werkgevers moeten goed opletten als zij een ontslagvergoeding uitkeren aan een buitenlandse werknemer voor wie de zogeheten 30 procentregeling van toepassing is. Op de eindafrekening van het loon mag deze regeling wel worden toegepast, maar niet op de beëindigingsvergoeding. De fiscus kan een naheffing opleggen als de regeling niet juist wordt uitgevoerd.

Aan bepaalde groepen buitenlandse werknemers die in Nederland werken, kan de werkgever vergoedingen geven die niet onder de loonbelasting vallen. Die vergoedingen zijn dan bedoeld ter dekking van extra kosten voor tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst. Deze kosten mogen worden gesteld op 30 procent van het loon. Dit betekent dat over 30 procent van het loon geen loonbelasting hoeft te worden betaald.

De Hoge Raad heeft op 25 januari een belangrijke uitspraak gedaan over de fiscale aspecten van de ontslagvergoeding. De Hoge Raad oordeelde dat de 30 procentregeling niet van toepassing is op deze vergoeding. Werkgevers moeten dus goed onderscheid maken tussen het betalen van de eindafrekening en het betalen van de ontslagvergoeding.

Omdat in de betreffende zaak alles om het loonbegrip draaide, kwam de kwestie tot de Hoge Raad. Het probleem is dat de Wet op de Loonbelasting onder ‘loon’ verstaat: ‘al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking wordt genoten’. Een ontslagvergoeding behoort tot het loon uit een vroegere dienstbetrekking. Maar het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting, dat dient ter uitvoering van de wet, zegt dat onder loon in het kader van de 30 procent-regeling wordt verstaan ‘loon uit tegenwoordige dienstbetrekking’. Dat is dus een enger loonbegrip dan in de wet.
 
De belastingplichtige (de werkgever) voerde aan dat de staatssecretaris die dit Uitvoeringsbesluit had gemaakt, zijn delegatiebevoegdheid had overschreden door zelf een enger loonbegrip te introduceren. De Hoge Raad vond echter dat die bevoegdheid niet was overschreden. Bij de totstandkoming van de wetgeving waarin de 30 procent-regeling is vastgelegd, bleek dat het uitdrukkelijk de bedoeling was alleen het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking onder de regeling te laten vallen.
 
Als de werkgever dus bij het einde van het dienstverband een beëindigingsvergoeding betaalt, mag op de eindafrekening van het loon, de vakantietoeslag en de vakantiedagen de 30 procentregeling worden toegepast, maar niet op de beëindigingsvergoeding.

Overig nieuws