Adviseur nodig? Eerste advies GRATIS! 088 20 50 800 RADIO VIDEO NIEUWSBRIEF NIEUWS

Cashen na CWI-ontslag

Meer dan de helft van alle ontslagen loopt via de Centrale organisatie Werk en Inkomen (CWI), die geen ontslagvergoeding mag toekennen. Hoe kom je, als werknemer, toch aan je geld?

Sinds 1953 kan een werkgever bij ontslag van een medewerker twee routes bewandelen: ontbinding via de kantonrechter of opzeggen na toestemming van de CWI. De kantonrechter (ongeveer 60.000 zaken in 2006) mag een ontslagvergoeding toekennen en doet dat meestal ook. De CWI (ongeveer 70.000 zaken in 2006) mag dat niet.
 
Vingen die 70.000 werknemers bot?
 
Onredelijk ontslag
Nee zeker niet. Een belangrijk deel van de ontslagen die via de CWI lopen, betreft reorganisaties. Vaak is dan met de vakbonden afgesproken dat de werkgever toch een vergoeding betaalt. Dit wordt vastgelegd in een sociaal plan.
 
Blijven er nog tienduizenden werknemers over die zijn aangewezen op de ‘goedheid’ van hun ex-werkgever. En die wil natuurlijk liever niet betalen. In dat geval kan de werknemer zelf naar de rechter stappen.
 
Hij begint dan een procedure op grond van ‘kennelijk onredelijk ontslag ’, met als insteek dat het belang van de werknemer bij dat ontslag ‘onevenredig’ wordt geschaad ten opzichte van het belang van de werkgever.
 
Wie zoÂ’n procedure start, verzoekt de rechter dan ook om alsnog een vergoeding toe te kennen om de onredelijkheid van het ontslag weg te nemen.
 
Hoogte vergoeding
Wat is nu logischer dan dat de rechter bij het bepalen van de hoogte van die vergoeding dezelfde criteria hanteert als wanneer de werkgever bij hem (diezelfde rechter) om ontbinding vraagt, namelijk de kantonrechtersformule?
 
Hoe haal je meer uit de kantonrechtersformule?
Toch komt de rechter in dit soort gevallen meestal op een lager bedrag uit.
 
Dat kan bijvoorbeeld komen doordat de werkgever bij een ‘CWI- ontslag Â’ nog een opzegtermijn in acht moet nemen, wat niet zo is bij ontbinding via de kantonrechter. Of doordat de werknemer al lang en breed een andere baan heeft. Die zaken   kan de kantonrechter meewegen bij de vraag in hoeverre het belang van de werknemer is geschaad.
 
Kies zelf!
Behalve de onzekere uitkomst van de kennlijk-onredelijk-onslagprocedure kleeft daar nog een belangrijk nadeel aan: de procedure duurt veel langer en is dus duurder. Reken snel op een jaar met daarna nog de mogelijkheid van hoger beroep.
 
Ter vergelijking: een normale ontbindingsprocedure via de rechter duurt ongeveer zes weken en kent (uitzonderingen daargelaten) geen mogelijkheid van hoger beroep.
 
Snel handelen kan veel ellende voorkomen: zodra de werkgever een ontslagaanvraag indient/ dreigt in te dienen bij de CWI, kan een werknemer zelf naar de rechter stappen en ontbinding vragen met een vergoeding. Voordelen: snel duidelijkheid over de vergoeding die ook veelal hoger is en (dus) lagere advocaatkosten.
Nadeel: niet alle rechters gaan hierin mee.

Praktijk
Grotere bedrijven, of bedrijven die worden bijgestaan door een advocaat, kiezen vanwege de snelheid en zekerheid veelal zelf meteen voor de rechter, ook al betekent dat dat ze een vergoeding moeten betalen.

Kleinere bedrijven kiezen vaker voor de CWI. Tegenover het risico van een eventuele vervolgprocedure over de hoogte van een vergoeding staat het “voordeel” dat die procedure mogelijk helemaal niet wordt gevoerd (te duur, te lang) of dat de uiteindelijk te betalen vergoeding lager uitvalt dan bij ontbinding door de rechter.

Al met al een merkwaardige kronkel. De oplossing lijkt simpel: schaf één van de routes af. Maar simpele oplossingen kennen we niet in het Nederlandse arbeidsrecht.
 
Bron: FD

Overig nieuws